Ziektebeleid

Infectieziekten

Voor de meeste infectieziekten geldt dat de besmetting al plaatsgevonden heeft voordat de diagnose wordt gesteld. Het, tijdens de ziekte, niet toelaten op de BSO is alleen nodig bij enkele zeer ernstige infectieziekten zoals buiktyfus, paratyfus, bloederige diarree en open TBC. De leidsters nemen bij twijfel contact op met de GGD.

Het directie van de BSO neemt contact op met de GGD bij het optreden van een ongewoon aantal aandoeningen van vermoedelijk infectieuze aard, zowel bij de kinderen als bij het personeel.

·      ouder(s)/ verzorger(s) zorgen ervoor dat de gezondheidskenmerken van de kinderen bekend zijn bij de BSO. In samenspraak met de ouder/ verzorger wordt dan bepaald welke maatregelen noodzakelijk zijn. (bv. bij voedselallergie, voedselintolerantie, dieet, medicatie)

·      niet toelaten bij de BSO vinden wij gewenst indien;

-uw kind zich erg ziek voelt, extra aandacht nodig heeft

-uw kind koorts heeft (> 38˚)

In geval van verschil van opvatting over de ernst van het ziek-zijn van uw kind, beslist uiteindelijk de directie van de BSO of uw kind wel/ niet aanwezig kan zijn op de BSO.

Wordt uw kind ziek tijdens de opvang of heeft uw kind naar de mening van de directie medische hulp nodig, dan wordt u daarover direct geïnformeerd. Het is dus van groot belang dat wijzigingen van o.a. telefoonnummer en noodnummer z.s.m. aan ons wordt doorgegeven.

Wanneer uw kind een (klein) open wondje heeft, moet infectie voorkomen worden; afdekken van het wondje met een niet-waterdoorlatende pleister is dan gewenst.

Ons volledige ziektebeleid is ter inzage bij ons op te vragen.